Bewegen in een gewone week
Bewegen werkt het best wanneer het in de dag zit en niet ernaast.
Twee soorten
- Duurbelasting: wandelen, fietsen, zwemmen. Werkt op conditie en op hart en bloedvaten.
- Krachtbelasting: iets zwaars tillen of het eigen gewicht gebruiken. Houdt spiermassa en botdichtheid op peil.
Inpassen
| Moment | Mogelijkheid |
|---|---|
| Woon-werkverkeer | Fietsen of een deel te voet, met fietsvergoeding |
| Werkdag | Elk uur even staan of lopen |
| Avond | Twee keer per week iets met kracht |
| Weekend | Een langere wandeling of fietstocht |
Zitten onderbreken
Lang achtereen zitten heeft een eigen effect, los van hoeveel er verder bewogen wordt. Regelmatig onderbreken is daardoor niet inwisselbaar tegen een uur sporten aan het eind van de dag.
Opbouwen
Beginnen op een niveau dat makkelijk vol te houden is en pas verhogen als dat vanzelf gaat. De meeste voornemens sneuvelen op te snel opbouwen, niet op gebrek aan motivatie.
Sport en terugbetaling
Veel ziekenfondsen betalen een deel van een sportabonnement of een lidgeld terug via de aanvullende verzekering. Dat gebeurt op aanvraag met een attest van de club, en het wordt jaarlijks bijgesteld.